Overzicht van de voorgaande edities

Jongeren 1991

Het eerste onderzoek in de reeks had nog geen thema. Een citaat uit de inleiding van het zakboekje dat van het onderzoek verscheen: “Tot de favoriete vrijetijdsbestedingen behoren natuurlijk sport en uitgaan, maar ook: konijnen fokken, luieren en roddelen.”

Jongeren 1993: een generatie in balans

In het onderzoek wordt geschreven dat jongeren veel belang hechten aan een gelukkig gezinsleven en aan het milieu. RTL 4 en Radio 3 (met Frits Spits en Jeroen van Inkel) zijn favoriete zenders. Opmerkelijk is dat veel jongeren zappen als ze TV kijken en verder valt de enorme stijging op van het spelen van computerspelletjes (onder meer op de Sega Mega Drive). Guns ’n Roses is de favoriete band.

Jongeren 1995: een leeftijdsgroep in tijdnood

In de inleiding wordt het ‘drie lagen model’ gepresenteerd, dat meer inzicht geeft in de ontwikkelingen die kinderen en jongeren doormaken. Ook worden de verschillende levensfasen beschreven. De functies van de verschillende media komen aan bod. Er wordt gesignaleerd dat jongeren het druk hebben. Reality TV komt op. Met house en dance komen trends mee als ‘energy’, ‘extreem’ en ‘maximaal’. Internet is nog onbekend; slechts 3% van de jongeren gebruikt het. Een kwart heeft het nieuwe medium ‘in werking gezien’ (in een winkel) en 48% heeft er nog nooit van gehoord. Maar 10% van de jongeren is enthousiast en wil een aansluiting (zoals we dat toen nog noemden).

Jongeren 1997: generatie op afstand

Het leven van jongeren staat in het teken van ‘gabber’. Voor veel volwassenen is  gabber synoniem aan drugs, agressiviteit en rassenhaat. Gabbers zelf vinden dat ze bezig zijn met verbroedering en gezelligheid. In het onderzoek signaleren jongeren dat het aanbod aan informatie en entertainment groeit, maar ze vinden niet dat er sprake is van ‘information overload’. Van de jongeren heeft 8% een internetaansluiting. Het rapport sluit af met de Pamela-formule.

Jongeren 1999: een generatie waar om gevochten wordt

In dit onderzoek worden twee modellen gepresenteerd die meer inzicht geven in subculturen. Het gaat goed met kinderen en jongeren; de ‘jongereneconomie’ ontstaat. In totaal hebben kinderen en jongeren jaarlijks 28 miljard gulden te besteden, 27% meer dan in 1997. Favoriete merken zijn Nike, Sony, Coca-Cola, Smiths en Levi’s. Kinderen gaan in toenemende mate gedrag vertonen dat eigenlijk bij jongeren hoort. Mobiel bellen komt op: 20% van de 15-19 jarigen en 31% van de 20-24 jarigen belt minimaal 1x per week mobiel.

Jongeren 2001: altijd met elkaar verbonden

In deze editie wordt beschreven hoe nieuwe communicatiemiddelen, zoals mobiel bellen, Sms’en, mailen, chatten en internetten echt doorbreken in de jongerenmarkt. De verklaring ligt in het belang van vriendschappen voor jongeren, waar de nieuwe communicatiemiddelen een belangrijke rol in gaan spelen. Deze middelen raken het hart van de leefwereld van kinderen en jongeren.
De inkomsten van kinderen stijgen sterk. DJ’s zijn onder jongeren heel populair en traditionele popgroepen hebben het moeilijk.

Jongeren 2003: niets willen missen

Kinderen en jongeren gebruiken de verschillende media en communicatiemiddelen steeds intensiever. Ze zijn bang om iets te missen. Ze ontwikkelen strategieën om met het grote aanbod aan informatie en entertainment om te gaan. Eén daarvan is het gelijktijdig gebruiken van verschillende media, zoals TV en internet. We noemen dit ‘multitasking’. Jongeren hebben het druk. Ze zien dat niet als een bezwaar maar als een keuze. De economie stagneert, alleen de inkomsten van werkende 20-24 jarigen nemen toe. De gratis dagbladen Spits en Metro worden populair. 

Jongeren 2005: het speelveld verandert

MSN komt op. MSN’en vergt veel tijd; daardoor blijft er minder tijd over voor andere media. Bovendien neemt MSN de rol over van andere communicatiemiddelen. Een jongen van 14 jaar: “Ik gebruik MSN, dat snappen mijn ouders niet. Maar mijn moeder belt vier keer per dag met dezelfde vriendin, dát snap ik niet.” Jongeren delen steeds meer informatie (‘sharing’). De maatschappelijke betrokkenheid van jongeren neemt toe. Veel jongeren maken zich zorgen over het terrorisme en de ‘sociale omgangsvormen’: de wijze waarop verschillende bevolkingsgroepen in Nederland met elkaar omgaan en met elkaar samen leven.

Jongeren 2007: alle opties open.

De editie uit 2007 laat een veel positiever geluid horen dan die uit 2005. Het gaat economisch veel beter. Er is meer werk voor jongeren en er treedt schaarste op in een aantal sectoren op de arbeidsmarkt.

Typerend voor kinderen en jongeren in 2007 is dat ze veel mogelijkheden hebben en die ook zo veel mogelijk open willen houden. We zien dit in de meest treffende vorm op de computers die kinderen en jongeren gebruiken. Tal van schermen staan open, die ieder op zich een hele achterliggende wereld vertegenwoordigen. Je gaat met het grootste gemak van het ene scherm naar het andere scherm, van de ene leefwereld naar de andere.

Kinderen en jongeren zijn gewend aan de vele opties die ze hebben. Ze beschouwen het grote aantal mogelijkheden als positief, al is het niet altijd gemakkelijk om zo veel opties te hebben. We merken dat veel jongeren moeite hebben met het maken van belangrijke keuzes in hun leven. Bovendien zijn de keuzes, die gemaakt worden, vaak niet definitief.

In deze editie hebben we voor het eerst het segmentatiemodel Route 29®  gebruikt, om meer inzicht te geven in de verschillende levensfasen die kinderen en jongeren doorlopen.

Jongeren 2009: we laten ons niet gek maken.

Dit onderzoek heeft onder een totaal ander gesternte plaatsgevonden dan Jongeren 2007. In 2008 begon een wereldwijde recessie, die veel ingrijpender is dan de economische schommelingen die we eerder in het decennium hebben gehad. Ten opzichte van 2007 zijn de inkomsten van kinderen en jongeren gestegen. Kinderen en jongeren ondervinden (nog) weinig gevolgen van de recessie, maar we zien wel dat studenten het toetreden tot de arbeidsmarkt nog even uitstellen (langer blijven studeren) en dat het moeilijker is om een baan te vinden.

Nieuwe ontwikkelingen, zoals mobiel internet, worden door jonge doelgroepen nog niet of nauwelijks opgepakt. Ze lijken tevreden met dingen die al gedurende wat langere tijd beschikbaar zijn. Al met al komt het beeld naar voren van een leeftijdsgroep die heel tevreden is over zijn of haar leven, net als in voorgaande jaren. Die bereid en in staat is om zich aan te passen, als de situatie daarom vraagt. En die positief blijft over hun persoonlijke toekomst en erop rekent dat dingen uiteindelijk op hun pootjes terecht komen.

bestel nu boek
Ook bestelbaar
lijn
  • Updates
  • Data en analyses
  • Presentaties
  • Workshops

neem contact met ons op

4 6 1 3 5 2